Kennisbank

Wie is verantwoordelijk als de ESG-rapportage bij controle niet standhoudt?

Geschreven door Alex Muhring | Apr 20, 2026 2:25:51 PM

Op 25 maart organiseerde Sampre de tweede discussielunch van 2026. Het thema: de verantwoordelijkheid voor energiedata in een wereld van verplichte assurance. Aan tafel zaten een controller van een beursgenoteerd vastgoedfonds, een accountant met twintig jaar ervaring in assurance en duurzaamheidsrapportage, een voormalig CFO met achtergrond in vastgoedfondsen en financiering, en Sampre.

 

Het vraagstuk

Vastgoedfondsen rapporteren over de energieprestaties van hun assets. CSRD, ESRS E1, SFDR, EU Taxonomy, GRESB, CRREM, GHG Protocol: al die standaarden vragen in de kern hetzelfde. Betrouwbare, herleidbare energiedata per asset. Wat ze niet regelen is wie verantwoordelijk is als die data bij controle niet standhoudt.

De data wordt samengesteld op basis van wat beschikbaar is. De CFO tekent af. De accountant verleent assurance. De financier stuurt op convenanten. Maar niemand heeft de volledige bronketen in eigendom. Dat was de vraag die we aan tafel legden.

 

De dataketen: waar gaat het mis?

De slimme meter is de bron van waarheid. Dat was aan tafel niet in discussie. Wat wel in discussie was: alles wat er daarna mee gebeurt. In de praktijk wordt meetdata geëxporteerd naar Excel, handmatig overgedragen aan rapportagetools, en samengesteld tot de KPI’s die in de jaarrapportage belanden. Elke stap in die keten is een moment waarop fouten kunnen ontstaan.

Een van de deelnemers beschreef hoe zijn organisatie op dat moment actief huurders benaderde om toestemming te krijgen voor het uitlezen van slimme meters. Van de ruim honderd aansluitingen in het portfolio was een aanzienlijk deel nog niet gekoppeld. Niet omdat de techniek ontbreekt, maar omdat de huurder het energiecontract op eigen naam heeft en geen reden ziet om mee te werken. Voor die aansluitingen is er geen data. Alleen aannames.

De accountant aan tafel was helder: cijfers die vragen oproepen worden onderzocht. Fluctuaties, afwijkingen, onverklaarbare sprongen. Maar als de input consistent is en binnen bandbreedtes valt, wordt die voor waar aangenomen. De controle richt zich op het proces, niet op de individuele meter.

 

Aannames versus meetdata

Een terugkerend punt in de discussie was het verschil tussen rapporteren op basis van meetdata en rapporteren op basis van aannames. Veel vastgoedfondsen rapporteren het opgesteld PV vermogen door het aantal panelen te vermenigvuldigen met een aangenomen opbrengst per paneel. Dat is een benadering die steeds minder houdbaar wordt. Paneeltypes variëren enorm in vermogen. Belangrijker nog: de berekening zegt niets over of het systeem daadwerkelijk heeft geproduceerd. Systemen die deels uitstaan door een storing, een onderhoudsingreep of een configuratiefout komen in dat model niet naar voren.

De meetdata is beschikbaar. Wie een slimme meter uitleest, weet exact hoeveel kilowattuur er is opgewekt, verbruikt en teruggeleverd. Per kwartier. Per aansluiting. De vraag is waarom die data niet standaard wordt gebruikt als grondslag voor de rapportage, in plaats van aannames die op Excel niveau worden samengesteld.

 

De verantwoordelijkheidsvraag

De accountant bevestigde dat als er een fout in de rapportage zit die consequenties heeft voor bankconvenanten of beloningsafspraken, dat een serieus probleem is. Restatements komen voor. De vraag is of het gaat om een echte fout of om voortschrijdend inzicht. Betere data, betere methodes, aanpassing van aannames: dat is een restatement met toelichting. Een fout in een Excel formule die leidt tot een onjuiste CO2 reductie waarop een bonus is berekend: dat is een ander verhaal.

De CFO tekent af op basis van wat er wordt aangeleverd. De accountant verleent assurance op basis van de processen en systemen die eronder liggen. De meetverantwoordelijke is wettelijk verantwoordelijk voor de juistheid van de meterdata. Maar de schakels daartussen, de overdracht, de aggregatie, de interpretatie: daar zit geen formele eigenaar.

 

De trend: de verhuurder pakt de aansluiting terug

Een van de meest concrete discussiepunten was de trend dat verhuurders de energieaansluiting weer op eigen naam willen krijgen. De redenen zijn financieel. Ten eerste: wie de aansluiting heeft, heeft toegang tot de data en kan rapporteren zonder afhankelijk te zijn van medewerking van de huurder. Ten tweede: wie meer aansluitingen bundelt, koopt scherper in. Ten derde: als een huurder het transportvermogen afschaalt en vertrekt, krijgt de verhuurder dat vermogen mogelijk nooit meer terug. Dat is een direct waarderisico.

Een bijkomend voordeel: als de aansluiting op naam van de verhuurder staat, wordt de verrekening van energie assets via de servicekosten flexibeler. Zeker met het oog op batterijen en laadinfrastructuur opent dat mogelijkheden die in een operational lease beperkt zijn. Dat verdient een eigen discussie, maar de richting is helder: het eigenaarschap verschuift naar de partij die er het meeste belang bij heeft.

 

Euro’s als gemeenschappelijke taal

De discussie eindigde met een vaststelling die breder gaat dan rapportage alleen. Alle standaarden, alle KPI’s, alle rapportageverplichtingen dienen uiteindelijk één doel: beslissingen nemen in euro’s. CO2 reductie, energieverbruik per vierkante meter, CRREM paden: het zijn indicatoren die pas effect hebben als ze worden vertaald naar financiële consequenties. Een bankconvenant dat wordt geschonden. Een bonus die onterecht is berekend. Een pand dat minder waard is dan gedacht omdat het energieprofiel niet klopt.

De rapportagestandaarden zouden niet moeten worden versimpeld door er minder te maken, maar door ze over elkaar heen te leggen en te kijken waar de KPI’s hetzelfde meten. Het einddoel is een integrated report: een rapportage waarin financiële en niet financiële waarde samenkomen.

 

De kern van de discussie

Fouten in energierapportages ontstaan niet bij de meter. Ze ontstaan bij de overdracht: in de Excel sheets, in de aannames, in de handmatige stappen tussen bron en rapport. De meetverantwoordelijke is wettelijk de bron van waarheid. Maar tussen die bron en de handtekening van de CFO zit een keten waar geen enkele partij formeel eigenaar van is.

De oplossing is niet meer controle achteraf. De oplossing is een kortere dataketen: van meter naar rapportage, zonder tussenkomst van Excel en zonder afhankelijkheid van aannames die niet worden getoetst. Hoe korter die keten, hoe kleiner het risico. En hoe makkelijker het wordt om af te tekenen met een gerust hart.

 

Benieuwd wie aan tafel zat? De deelnemers en mijn dank vind je in de LinkedIn-post van die dag.

Dit was de laatste discussielunch onder de naam Zoncoalitie.

Per 1 april heten we Sampre energy assets: clarity before you invest, control after you do.